Religies in dialoog

Religieuze symbolen met uitleg

Menora

Tweeduizend jaar geleden, onder koning Herodes, stond in de tempel van Jeruzalem de menora of zevenarmige kandelaar. Volgens Exodus (Ex. 25; 31-38 en 37; 17-24) had God aan Mozes de opdracht gegeven een luchter van zuiver goud te maken met zeven lampen, die door de priesters elke avond moesten worden ontstoken en ’s morgens weer opgepoetst. Jesaja zag er het symbool in van Israël: licht onder de naties. Na de vernietiging van de tempel in 70 na Chr. werd de menora in de keizerlijke schatkamer in Rome opgeborgen. Sindsdien weet niemand wat ermee is gebeurd. Daardoor werd hij het meest universele joodse symbool van hoop op verlossing en herstel. Een tweede werd nooit vervaardigd. Wel bestaan er afbeeldingen van die als decoratie voorkomen in huizen, op grafstenen en op kunstmonumenten. In de joodse eredienst wordt hij echter niet meer gebruikt. De menora verwijst naar de zeven dagen van de scheppingsweek en naar de kosmische dimensie van het geloof.

Davidsster

Ook al is het waarschijnlijk het meest bekende symbool van de joodse natie, de davidsster  verwijst niet naar een historische, noch naar een culturele of religieuze gebeurtenis. Letterlijk betekent het: ‘Schild van David’. De ster wordt gevormd door twee in elkaar gevlochten gelijkzijdige driehoeken, waarvan de punten door een cirkel verbonden kunnen worden. Zulk teken was bij vele oude volkeren bekend. In het jodendom duikt het op in de zevende eeuw vóór Christus en het werd voor het eerst in een synagoge te Kafarnaüm aangetroffen in de derde eeuw na Christus. In de Middeleeuwen komt het voor in de mystieke beweging van de Kabbala. Elk punt van de ster verzinnebeeldt een wezenlijke gedachte: schepping, verlossing en openbaring enerzijds; mensheid, wereld en God anderzijds. In 1948 verschijnt het als centraal motief in de blauwwitte vlag van de Staat Israël. Sindsdien werden met dat teken de joden dikwijls gediscrimineerd, vernederd en vermoord tijdens diverse jodenvervolgingen en de Shoah. Onder datzelfde teken vinden ze zich echter ook terug in hun land van oorsprong.

Fakkelsymbool

De rode fakkel symboliseert het licht of het vuur van de rede, nodig voor de vervolmaking van de mens. De drie menselijke silhouetten langs weerszijden ervan, staan voor de universele broederlijkheid. Het fakkelsymbool werd ontworpen door het Vrijzinnige Centrum van Oostende. Toen in 1972 zowel de Unie van Vrijzinnige Verenigingen  en de Centre d’Action  Laïque het symbool overnamen voor hun briefhoofden en publicaties werd het  een nationaal teken voor de vrijzinnigheid.

Kruis

Vanaf de derde eeuw is het kruis het symbool van het christelijke geloof geworden, omdat Jezus door de Romeinen gekruisigd werd. Het symboliseert de overwinning van Christus op de dood. Ook lijden, verzoening en verlossing vinden er hun betekenis in. Als het lichaam van Jezus Christus er aan bevestigd is, heet het een crucifix (gebruikt door katholieken en orthodoxen). Protestanten verkiezen het lege kruis, omdat zij weinig of geen beelden in hun kerken plaatsen. 

Hugenotenkruis

Het Hugenotenkruis is historisch gezien het herkenningsteken van de protestantse gemeenschap. Het heeft als hoofdbestanddeel het Maltezer kruis van de ridders van Malta, een geestelijke ridderorde uit de Middeleeuwen. De vier gelijke armen vertonen een wijd uiteenlopende top. Het Maltezer kruis werd door de Hugenoten geadopteerd, omdat ze hun christen zijn niet wilden laten uitbeelden door het ‘Latijnse’, ‘Roomse’ kruis.

De acht punten staan voor de acht zaligsprekingen uit het Evangelie naar Mattheüs. De armen van het kruis worden verbonden door lelies of harten, symbolen van reinheid en trouw. Het oorspronkelijke aanhangsel onderaan was een traan, die het lijden van de Franse protestanten opriep. In 1688 werd de traan vervangen door een duif, zinnebeeld van de Heilige Geest. De Hugenoten zijn een denominatie van protestanten in Frankrijk, die met name in de 16de eeuw vervolgd geweest zijn.

Wassende Maan

Als cultureel teken is de wassende maan hoogstwaarschijnlijk al in gebruik rond 2500 v.C. Het was het symbool van de maangod Nanna, later Sin in de cultuur van Mesopotamië. De ster staat oorspronkelijk voor de dochters van de maangod. Als verwijzing naar de islamkomt de wassende maan voor in de standaard van het Ottomaanse Rijk, waarvan de politieke dynastieën tevens het hoofd waren van de geloofsgemeenschap. In de Koran vindt men echter geen enkele verwijzing naar dat ideogram. Tegenwoordig staat de vijfpuntige ster voor ‘de vijf pijlers van de Islam’. De maansikkel met ster(ren) komt voor in de vlag van Turkije, Algerije, Turkmenistan, Azerbeidjan, Uzbekistan en Pakistan.

Kalli-grafische omschrijving van Allah

Omdat het islamitische geloof de uitbeelding van levende wezens verbiedt, wordt zowel in de moskee als in de huiskring de kalli-grafische omschrijving van Allah op een zichtbare plaats aangebracht.

Negenpuntige Ster

De negenpuntige ster symboliseert in het Bahá’í geloof ondermeer de eenheid van alle religies. Bahá’í tempels zijn ook op die manier gebouwd: negen ingangen symboliseren dat iedereen welkom is, afkomstig uit alle windstreken van de aarde.

Het Wiel

Het wiel is het symbool van de Dharma, de leer van Boeddha. Met de eerste toespraak van de Boeddha is het ‘wiel van het onderricht’ in beweging gezet. Dat wiel kan niet meer stil gezet worden. De waarheid zal altijd verder ontdekt worden door steeds meer mensen. De acht spaken van het wiel symboliseren het achtvoudig pad. Iedereen moet echter zelf op pad gaan, niemand kan je de waarheid geven. Je moet ze zelf ontdekken.

Ek Onkar

Ek Onkar is het embleem van het sikhisme en is terug te vinden bovenop gurudwara’s (tempels). Het is afgeleid van het Sanskriet AUM en weergegeven in Gurumukhi schrift. Ek Onkar betekent ‘God is ondeelbaar’ en drukt het zuivere monotheïsme van de Sikhs uit. Het is de aanhef van de Guru Granth Sahib (Heilige Schrift): ”Er is slechts één God. De Waarheid in naam, de schepper, de alles door-dringende geest, zonder angst noch vijandschap, wiens bestaan niet door tijd wordt aangetast, die niet geboren werd en autonoom bestaat, die zich door zijn genade realiseert.”

AUM

AUM is een mystieke klankdie in het Sanskriet ‘amen’ betekent. Deze klank staat aan de oorsprong van de schepping en houdt verleden, heden en toekomst in zich. Wanneer hij wordt gebruikt als mantra en lange tijd in meditatie herhaald wordt, leidt hij tot verlichting. AUM wordt belangrijker geacht dan alle Vedische teksten en offers, want hij vertegenwoordigt het Absolute (Brahman). Een Hindoeritueel, uitgevoerd door een priester (pandit) begint steeds met het uitbrengen van de klank AUM.  Ook yoga- en meditatiesessies worden op dezelfde wijze geopend. Driemaal na elkaar worden de drie letters krachtig en langzaam uitgestoten, waardoor je in eenheid komt met het oergeluid dat het heelal heeft geschapen. Je trilt als het ware mee met het Leven. Deze klank, die over de chaos blies, is eventueel te vergelijken met de Geest in het Bijbelse scheppingsverhaal.

Scroll naar boven